Principes, goudvissen en snot op je banaan

Drijvende uitwerpselen

Mijn kleuter zit op het aanrecht en naast haar staat de vissenkom. Met haar kleine handjes probeert ze een goudvis te vangen, maar hij glipt er telkens uit. Starend naar de drijvende uitwerpselen vraag ik me af waar dat in hemelsnaam allemaal vandaan komt. Ik las dat goudvissen alleseters zijn, maar daar ben ik het duidelijk niet mee eens. Of zijn het eitjes wat ik zie? Want ik las ook dat de vrouwtjes 1000 eitjes per jaar leggen. Of hebben wij geen vrouwtje? Geen idee, maar één ding is zeker; die vissenkom moet nodig worden verschoond.

Boompje, Vlinder en Blaadje

Dus.. Boompje, Vlinder en Blaadje (ja die namen heeft mijn kleuter voor ze bedacht) moeten tijdelijk verblijven in een rode soepkom, terwijl hun verblijf een poetsbeurt krijgt. Eerder heb ik zelf om de hulp van mijn kleuter gevraagd omdat ik het een beetje eng vind om die glibberige bewegende kleine visjes in mijn hand te voelen. Vanaf een afstand zie ik het stressniveau van Boompje, Vlinder en Blaadje stijgen door dat grijphandje van mijn kleuter die ze achterna jaagt als een haai. Daarom besluit ik toch maar om zelf in actie te komen. Al is het niet van harte. Het voelt toch een beetje onnatuurlijk om zo’n glibberig beestje achterna te jagen, terwijl ze duidelijk niet de rode soepkom in willen gaan. En dan is het ook nog belangrijk dat je niet té hard knijpt.

Happend naar adem

En ja hoor.. enkele seconden later zie ik Boompje spartelend ronddartelen op het aanrecht. Of was het Blaadje? Vlinder kijkt vanuit de vissenkom naar zijn beste vriend op het droge, vechtend voor zijn leven, happend naar adem. Shit! Ik zei toch dat ik niet goed ben met huisdieren. Of had ik dat nog niet gezegd?
Paniekerig ‘swipe’ ik Boompje zo hup vanuit de lucht de rode soepkom in. Dat verloopt gelukkig wel soepeltjes. Wat een opluchting.. maar dan zie ik het verstijfde gezicht van mijn kleuter en hoor ik een diepe zucht; ‘Ja mama! Dat vindt hij dus echt niet leuk hè!’

Een huisdier

Vroeger wilde ik graag een hond, maar die kwam er nooit. Ik heb hem zelfs een keer aan Sinterklaas gevraagd, maar die wilde ook niet meewerken. Nu weet ik waarom. En nu wil ik zelf geen huisdier meer. Maar nu krijgen we dus regelmatig dezelfde vraag te horen; ‘mogen wij een huisdier?’. Een jaar geleden kon ik ze nog afwimpelen met een ‘nee, jullie krijgen een broertje of een zusje en daar hebben we al werk genoeg mee’. En met dat antwoord gingen ze toen nog akkoord. Gelukkig. Maar nu niet meer. Het baby zusje is inmiddels al een half jaar en het valt eigenlijk best wel mee met ‘al dat werk’. Ze is immers een tevreden zusje en tegen alle verwachtingen in hoef je die helemaal niet uit te laten. Toen kregen ze een speelgoedhondje, ook leuk voor een tijdje, maar ook dat hadden ze al weer snel gezien. Maar.. toen kwam mijn tante uit Spanje op bezoek. Twee jaar geleden had ze mijn oudste dochter een goudvis beloofd als ze weer in Nederland zou zijn. Dat vergeet ze toch weer, dacht ik toen. Niet alleen mijn tante, maar ook mijn kleuter. Nee hoor, natuurlijk niet. Kinderen onthouden alles. Dus.. mijn tante kwam deze keer niet alleen. Ze had drie goudvissen bij zich. Drie.. want inmiddels waren er drie zusjes.

Poepend de dag door

Leuk zo’n goudvis, dacht ik nog. Daar heb je tenminste niet zo veel werk mee, die hoef je niet uit te laten, die hoef je niet te entertainen. Niet wetende dat ze die hele vissenkom 24/7 volpoepen. De kraan is nog maar net dichtgedraaid, de kom is nog maar net gevuld met schoon water en de eerste drolletjes (ik weet niet hoe je dat noemt bij goudvissen) komen al voorbij drijven. Misschien komt dat ook wel door een verhoogd stressniveau, mede veroorzaakt door mijn enthousiaste peuter. Waar haar zus ‘s morgens even heel attent naar de vissenkom loopt om Boompje, Vlinder en Blaadje een goedemorgen te wensen, staat mijn peuter af en toe te schreeuwen in de vissenkom.. ‘Boeh!’. ‘Maar ze moeten niet eten, ze moeten spelen!’, is de reden die ze daar voor geeft. Misschien dat ze daarom wel alles laten lopen en ik dus regelmatig met een glibberig visje in mijn handen sta of ‘swipend’ in de keuken.
Soms durf ik bijna niet te gaan kijken. Dan is het zo stil in de vissenkom. Dan lijkt het wel alsof ze niet meer bewegen, alsof ze drijven. Het zal toch niet? Nee hoor. Ze leven. Al enkele weken.

Grenzen verschuiven

Het moraal van dit verhaaltje; grenzen verschuiven en principes vervagen. Ken je het gevoel dat je principes soms een beetje vervagen, de grenzen verschuiven en het consequent zijn krijgt een ‘nou, voor deze ene keer dan’-twist, die je vervolgens nooit meer goed kan praten. Gevaarlijk is dat hoor, want dan zit je opeens met drie goudvissen en snot aan je banaan.

F*ck die 7 uur regel

Niet voor 7 uur bij papa en mama in bed is onze regel. Meestal dan. Die regel wordt weleens geschonden tijdens een griep golf en dan kruipt er zo’n warm gloeiend kinderlijfje tegen je aan om vervolgens je kussen en hoeslaken onder te spugen. Tenminste, zo gaat dat dan meestal bij ons. En de volgende keer dat ze dan een keer wat vroeger aan mijn bed staan, wil ik de 7 uur-regel voor één keer even parkeren. Morgen deal je wel weer met de consequentie dat je ze niet meer terug in hun eigen bed krijg wanneer ze midden in de nacht aan komen waaien. Want stiekem vind ik het gewoon super fijn als ik die voetjes hoor trippelen, in sneltreinvaart om het bed heen, om vervolgens stilletjes naast mij in bed te kruipen. Half slapend open ik dan één oog om dat dolblije snoetje te zien genieten en zelf geniet ik dan nog het allermeest. Dan nestelen ze zich nog dichter tegen je aan, ken je dat gevoel? Dat ze dan gewoon haast ín je kruipen. En dan denk je ‘f*ck die 7 uur-regel’ vandaag, die regel is voor morgen en vandaag geniet ik. Want.. het is gewoon fijn als ze ook een keer gezellig bij je in bed liggen zónder je kussen onder te spugen.

Een afgeknabbelde cracker

Grenzen vervagen als je kinderen hebt, bij mij dan. En sommige principes gooi je ook simpelweg overboord. Alleen plassen? Plassen zonder toeschouwers is verleden tijd, net zoals het helemaal opeten van je eigen eten. Dat eerste heb ik al snel geaccepteerd, jammer dan, maar dat tweede vind ik zelf echt irritant. Altijd moet ik wel iets afstaan van mijn eigen eten. Is het niet dat laatste stukje cracker dan is het wel dat stukje chocola uit mijn cornflakes. En dan die snotterige vingertjes die dat ene stukje chocola uit mijn kommetje cornflakes proberen te vissen om het hele ritueel nogmaals te herhalen want; ‘ik bedoel niet dát stukje, maar dat andere stukje chocola’. En het klopt helemaal wanneer iemand zegt dat je zelf diegene bent die dat allemaal toestaat, klopt als een bus. En toch heb ik liever een rustige en niet zo dramatische ochtend, dan neem ik die afgeknabbelde cracker en vieze vingertjes in mijn cornflakes maar voor lief. ‘Uit principe’ laat ik dat dan gewoon gebeuren.

Banaan met snot

En als je dan een banaan zit te eten, willen ze ook een hapje. Oke.. Een snotterig en plakkerig mondje hapt een stukje van mijn banaan. Ik negeer wat ik zie (snot!) en denk (ieuw!), om vervolgens mijn banaan op te eten. Met snot en al.

Bacillen everywhere 

Regels zijn er om te verbreken en grenzen zijn er om te overschrijden, heeft ooit iemand bedacht. Maar soms gaan die superhelden zó ver over je grens heen, dat ze gewoon letterlijk in je aura zitten (of liggen). Dan ligt dat warme kinderlijfje zo knus tegen je aan, knietjes zo naar voren, dat neusje tegen de jouwe aan en dan die warme adem waarvan je hoopt dat ze even geen griepvirus bij zich dragen. Niet zomaar een beetje dichtbij, maar gewoon vol in je gezicht. En net op het moment dat je toch maar besluit te genieten van die warme adem die je gezicht zo streelt, halen ze een keer diep adem om vervolgens volle kracht eens flink in je gezicht te hoesten. Ik knijp mijn ogen dicht, sluit mijn mond en adem zelfs een tijdje niet door mijn neus in de hoop dat die bacillen vervlogen zijn. Daarna krijg je dan nog zo’n lekker snotkusje en denk je weer; ‘och eigenlijk is het toch hartstikke lief, boeiend.. ik zal inmiddels toch wel immuun zijn voor de griep’. Bam! Grenzen vervagen, principe overboord.

‘Papa poep’

Ondanks dat je soms je principes overboord gooit en de grenzen laat vervagen en dat je het allemaal niet meer zo nauwkeurig neemt, moet je wel áltijd alert blijven. Dat je besluit om die banaan gewoon op te eten met snot en al is tot daar aan toe, maar controleer altijd even wát je in je mond stopt. Zo herinner ik me een verhaal van mijn vriendin. Tijdens een verjaardag is zij druk in gesprek met haar oom. Ondertussen komt zijn zoontje binnen en houdt een bruin besmeurd handje omhoog. Zijn papa stopt het gesprek heel even, neemt het handje van zijn zoontje in zijn hand en likt één voor één zijn bruin besmeurde vingertjes af. Zo doe je dat nou eenmaal bij kinderen. Ja toch. Die chocolade handjes ook altijd.. Net op het moment dat hij het gesprek met mijn vriendin weer wil voortzetten en de vreemde smaak in zijn mond proeft, hoort hij zijn zoontje de confronterende woorden spreken: ‘Papa, poep!’.

Kijk.. af en toe een keer toegeven, grenzen opschuiven en principes overboord gooien oke.. Dit gaat dan toch nét iets te ver, vind ik. Geef mij dan maar een banaan met snot.


Meer van deze herkenbare snotterige verhalen lezen?

Kleuters en kappertje spelen

10 x zo gedraag ik me als een echte peuter

Supermam vs. Loedermoeder

De suïcide-duif – Kindergesprekken op de achterbank

Kennen jullie die mop van die moeder? 

6 reacties op “Principes, goudvissen en snot op je banaan”

  1. Toosje Janssen Franken

    Wat heb ik weer van je verhaal genoten , Stefanie ! ? Ik kijk alweer uit naar het volgende.? Lieve groetjes, Toosje Xxxx

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *