tampon

Laat mama maar even

‘Laat mama maar even, opoe is op bezoek’
Heh, wie is er op bezoek?

Maniac monday

Het is maandagavond 17.30 uur, misschien ietsje later en ik parkeer de auto. Met moeite sleep ik mezelf de auto uit. Het ontbreekt me aan energie, maar ook zeker aan wat zonnestralen. Op dit moment ben ik allesbehalve een zonnetje in huis, want ‘het is weer zover’.

Opoe

Zoals je al hoorde, ‘opoe is op bezoek’. Zijn er echt mensen die dat zeggen? De maandelijkse periode is aangebroken, aan de rooie zijn, de maandbloeding (klinkt eerder als een slachtritueel), de rode zee (of verzin ik deze nu ter plekke?), er zijn schilders op bezoek (zozo, classy), de Japanse vlag hangt uit, Dracula’s theezakje is geknapt (flauw zeg), naja je kent het wel. Er is in ieder geval iemand op bezoek.

Shut up!

De vrouwen onder ons weten hoe die eerste dag voelt. En het maakt het extra ellendig als om 08.00 uur ’s ochtends de eerste lekkage zich al heeft aangediend. Juist net op het moment dat je binnenstapt op je werk. Stel je die gemoedstoestand even voor en maak het dan nóg iets erger. Heb je hem ja? Ik stap val dus de auto uit en loop nu het huis binnen.

‘Mama, mama, mama, mama, mama, mama, mama, mama, mama!’. Dolblij was ik toen ik dat woordje ruim 6 jaar geleden voor het eerst hoorde. Nu maakt het me nog steeds de meest gelukkige persoon op aarde, maar nu gewoon even niet… ‘Shut up!’ gilt een stemmetje van binnen en misschien ook wel een beetje van buiten. Mijn blik zegt genoeg. ‘Mama, weet je waarom wij allemaal mama mama mama mama mama roepen? We zijn zo blij om jou te zien!’. Oh melting.. je kent het wel. Dat maakt alles weer goed. Maar dan… ik wil net een hap van mijn eten nemen totdat de man des huizes ook besluit om met complimenten te gaan strooien.

‘Ik dacht dat je vanmorgen je haren los had?’. Oehh gevaarlijke opmerking. ‘Dat heb ik nu toch nog steeds?!’, antwoord ik licht geïrriteerd. ‘Ja hmm, maar toch zit het nu anders’, zegt hij terwijl hij me bedenkelijk aankijkt. Hij wrijft nog net niet met zijn vingers over zijn kin. ‘Ja! dat komt door zo’n lange en drukke dag op het werk, dan zit het gewoon zo!’, bijt ik hem toe.

Ik kan wel janken!

De kinderen liggen vervolgens op bed en ik loop nog even naar de supermarkt. Tijdens de terugreis besef ik dat het geen goed idee was. Thuis zet ik de boodschappen op zijn plek en vraagt mijn eerder-niet-zo-complimenteuze man hoe het nu met me gaat. ‘Ik kan wel janken!’, mopper ik. ‘Hoezo?’. ‘Ja, ik voel me gewoon niet goed, ik ben kapot, ik voel me op, ik kan gewoon bijna niet op mijn benen staan’. ‘Hoe komt dat dan?’ (zucht, die vragen werken averechts hè). ‘Ja weet ik veel, nog steeds van die Corona ofzo! Ik weet het niet, het was gewoon zo’n superdrukke dag… en m’n onderkant valt er bijna uit!’, flap ik er allemaal op niet zo charmante wijze uit. We praten even en ik word weer rustig, want zo gaat dat dan, hij weet inmiddels hoe dat werkt. Daarna vlucht hij natuurlijk even het huis uit en kan ik weer even tot bezinning komen.

Een rode puntpaprika

Terwijl ik nog steeds in de keuken sta met de boodschappen, zie ik twee kinderkopjes in de deuropening verschijnen. ‘Naar boven!’. ‘Ja, maar wij kunnen niet slapen!’. ‘Hup naar boven! Hier word ik nou echt verdrietig van he!’. Oh maii, ik hoor het mezelf zeggen. Gaat dat echt zo? Ja, zo gaat dat. Verschrikkelijk dramatisch, maar niks aan te doen op zo’n moment. De oudste pakt haar biezen en vertrekt naar boven. Haar zusje durft het aan om het oorlogsgebied te betreden en beseft nog niet dat ze zich nu op glad ijs begeeft. Ze schuifelt naar mij toe en geeft me een dikke knuffel. ‘Mama, jij was toch even naar de winkel? En daarna wilde ik je gewoon nog even een kus en een knuffel geven’. We knuffelen elkaar en ik voel me weer rustiger. ‘En nu naar boven’. Vanwege een gebrek aan creativiteit om nog meer tijd te rekken, pakt ze een puntpaprika uit de fruitschaal, ‘mama, is dit eigenlijk een paprika?’. Zucht… ik lach voorzichtig, geef haar antwoord en loop mee naar haar slaapkamer.

Verkering

Onze jongste druktemaker slaapt gelukkig. De andere twee meisjes slapen samen op een kamer en ik kruip nog even bij ze in bed. Terwijl ik naast onze 6-jarige held lig en ze mij vertelt over de tekening die ze vandaag heeft gekregen van haar ‘verkering’, zie ik haar ogen glunderen. Ze straalt van oor tot oor en het is fijn hier zo bij haar in bed. ‘Ik wil niet dat andere kindjes weten dat wij verkering hebben, dus ik heb de tekening snel in mijn boek verstopt’, vertelt ze eerlijk. De twinkeling in haar ogen verlichten de kamer wanneer ze over hem praat en hierdoor zien we vervolgens waar de harde knal vandaan komt. Haar zusje ligt met grote ogen onder een lamp te koekeloeren. We barsten in lachen uit. Ze heeft hem per ongeluk van de wand getrokken. Met haar benen… deze dingen gebeuren hier en soms kan ik er niet om lachen, maar nu wel… en het werkt. De meisjes lachen mee.

Maanlicht

Ik hang de lamp terug en ga ook nog even bij deze acrobaat liggen. Terwijl we praten, hoor ik opeens haar zusje weer roepen. Ik draai mijn hoofd en kijk regelrecht in het maanlicht van… haar billen. Met haar rug staat ze naar mij gedraaid, haar onderbroek tussen haar billen getrokken roept ze: ‘Kijk! Zien jullie iets?!’. Ik zucht, lach en schud mijn hoofd. ‘Hup en nu slapen’. We geven elkaar nog een berg kusjes en knuffels en ik vertrek weer naar beneden, verlangend naar de bank. Onderweg kom ik een reusachtig monster tegen. Een grotendeels katoenen monster, met vele kleuren. Een berg was van honderden meters hoog. Oké, misschien overdrijf ik hier, maar hé dat doen we nu eenmaal in deze periode. Dat is een soort van noodzakelijk. Ik voel me te moe om het monster te verslaan dus loop hem met pijn in mijn hart straal voorbij.

De tekening

Eenmaal beneden ga ik eerst op zoek naar ‘de tekening’. Want die dingen maken je dag weer goed. Eerlijke en betekenisvolle verhalen en opmerkingen van je kleine bengels. Dan kan m’n hormoonhuishouding nog zo overhoop liggen, die dingen maken je weer een beetje meer in balans (een klein beetje dan).

Als een zoutzak lig ik even later gewassen op de bank. Ik ruik weer naar roosjes en mijn haar zit niet meer ‘anders’. ‘Wat zie je er toch weer lekker uit’, is dan een goede afsluiting van de dag. Maar stop eens even… wat zegt hij nou? ‘WEER’? Wat bedoelt hij daar nou weer mee

4 reacties op “Laat mama maar even”

  1. Hahahaha Stefanie, wat ben je toch een heerlijk mens, wat geweldig dat je alles zo kunt verwoorden! Een dikke knuffel van mij, Toosje 🥰

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *