Koorts, snot en gloeiende kinderlijfjes

Quarantaine-bubbel

Terwijl heel de wereld zich zorgen maakt om het Coronavirus, zaten wij de afgelopen twee weken middenin onze eigen quarantaine-bubbel. Ruim 12 dagen geleden drong een of ander hardnekkig virus ons huis binnen. Hij klopte niet netjes aan, maar wurmde zich zo onder de deur door. Hij nestelde zich eerst in onze oudste dochter van 6 jaar, die pas na ruim een week afscheid kon nemen van dit opdringerige onderkruipsel. Terwijl zij al 3 dagen slapend, starend en ijlend van de koorts in bed lag, wist dit onderkruipsel ook haar twee jongere zusjes te vinden. Terwijl de jongste van 1 jaar tegelijkertijd moest dealen met twee doorkomende hoektanden en een schimmelinfectie, wat zich na een dag ontpopte tot krentenbaard, kreeg ook zij er een portie hoge koorts bij. Why not? Laten we meteen de hele mikmak erbij nemen.

Hamsteren op handgel

De ochtend nadat de eerste corona-besmetting in Nederland bekend werd gemaakt, loop ik nietsvermoedend de drogist in. Met de intentie om paracetamol, tissues, vitaminetabletten en neusspray in te slaan, bedenk ik me dat we nog wel een pompje desinfecterende handgel kunnen gebruiken. Ik doe immers niets anders dan handen wassen om die krentenbaard netjes bij te trimmen en dat hardnekkige onderkruipsel te verbannen. En dan zie ik opeens tussen al die goed gevulde schappen een compleet blanco schap. ‘Onze excuses, de desinfecterende handgel is uitverkocht’, staat met stift op een groot bord geschreven. Oja, denk ik, laten we met z’n allen gaan hamsteren, alle desinfecterende handgel kopen die er bestaat voor het geval we het ooit eens nodig gaan hebben. En die moeder met drie zieke kindjes kan zelfs niet één armoedig pompje handgel meer kopen. Eenmaal thuis lees ik de krant, ‘Hamsteren? Vooralsnog alleen een run op desinfecterende handgel’. Juist ja.

Een halve mama

Na zeker 12 onrustige nachten met iedere nacht minstens één gloeiend kinderlijfje naast je, spugend en/of bulderend, ijlend en/of huilend al dan niet tegelijkertijd… kijkend hoe je kindje boven de wc pot hangt om het laatste beetje vocht uit haar kleine teentje omhoog te persen, terwijl je op de achtergrond haar zusje hoort roepen om je naam, doet je weinig goeds. Wanneer het virus ook mama te pakken krijgt, is dat gewoon geen optie. Er is geen tijd voor een zieke mama, mama’s kunnen immers nooit ziek zijn en al helemaal niet wanneer de gehele kroost al dagen ziek is. Wat is mama blij dat er ook nog een (inmiddels driekwart) papa naast haar ligt. Een papa die ook een kindje kan troosten, in slaap kan wiegen en mama even een geruststellend woordje toe kan blazen (die bacillen nemen we dan voor lief).

Uitgeput

Ken je dat gevoel? Dat je je dan ook nog schuldig kan voelen naar je kinderen toe? Terwijl je zo je best doet. Door die vermoeidheid word je geen leuker mens. Ik niet tenminste. Wanneer ik na 10 van zo’n nachten weer een huilend en kreunend kindje aan mijn bed heb staan, ontglippen mij de woorden ‘Onee hè (zucht!), ik wil slapen (uitroepteken!)’. En niet zachtjes, maar gewoon hardop. Vervolgens voel ik mij nog slechter, want hoe kun je dat zeggen tegen je zieke kindjes, daar kunnen zij toch ook niks aan doen? Daarna sla ik mijn dekbed open en maak plaats voor één van de drie om vervolgens weer een nacht wakker te liggen. Terwijl dat kokende kinderlijfje aan mij vastplakt, staan mijn antennes op scherp voor het geval nummer 2 en 3 zich ook aandienen.

Huilen in koor

En ken je dat gevoel ook, dat je tranen je nabij staan? Dat je staat te draaien op je benen omdat ze je eigenlijk niet meer kunnen dragen? Dat je alle namen door elkaar gooit, de pot pindakaas in de koelkast vindt en het hele huis doorloopt met vieze was in je handen terwijl je je afvraagt wat je nu eigenlijk aan het doen bent? Ongeveer halverwege onze quarantaine-bubbel is papa gaan werken. Ik zit met drie kindjes aan de ontbijttafel en na weer zo’n *** nacht voel ik dat we al met 10-0 achter staan. Wanneer de zusjes elkaar zo ongeveer de hersens inslaan omdat ze ook niets meer kunnen hebben van elkaar en ze vervolgens in huilen uitbarsten, doet mama gewoon gezellig mee. Gewoon, omdat dát even het enige is wat ze kan doen. Misschien kunnen we op die manier dat verdomde onderkruipsel wegjagen.

Tijd voor elkaar

Wanneer ik weer een overstuur, tierend en zwaaiend, huilend en kokend mensenlijfje naar boven til, omdat het als ouder ook mijn taak is haar te laten rusten, ook wanneer ze niet wil… is het fijn dat je daar (uiteindelijk) waardering voor krijgt. Wanneer ik haar op bed rustig in mijn armen neem, ze direct de rust vindt, haar ogen sluit en zegt: ‘Mama, jij bent uhhh, jij bent uhhh lief’. ‘Maar?’ vraagt ik haar. ‘Geen maar, dat was het gewoon’, zegt ze zachtjes. Ik neem haar nog steviger in mijn armen en ze valt in slaap. Wederom besef ik dat je in deze tijd, in zo’n quarantaine-bubbel, gewoon extra veel tijd en aandacht moet besteden aan elkaar. Het heeft iedereen zo’n beetje gesloopt, maar ik heb er ook weer iets van geleerd; dit is waar het om gaat, je eigen bubbel waar het om draait, je eigen kroost en daarna pas de rest van de wereld.

Want dat doet toch ook de rest van de wereld? Dat zie je wel weer aan die lege schappen bij de drogist.

Terwijl het nieuws bij iedereen veel paniek zaait

En jij die lepel met hoestdrank weer woest uit mijn handen maait

Besef ik mij weer even goed, waar het in het leven écht om draait

Je eigen kroost en bubbel en daarna de rest van al het andere ‘getrubbel’

 


Meer persoonlijke en herkenbare verhalen over het ouderschap lezen?

Je kent het wel, die dagen dat je wasmachine het echt niet mag begeven

Ongelukjes zitten in een klein hoekje

Alles moet pedagogisch verantwoord, of draven we door?

Monsters onder je bed

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *