Gastblog van Els


Even een boodschap doen

Op het moment dat we wederom ‘even’ een boodschap gaan doen, ben ik 36 weken zwanger van nummer drie en heb er één van 15 maanden en één van bijna 3 jaar.

Op rolletjes

Tot dusver loopt alles op rolletjes; zoon 1 loopt met zijn eigen kleine kar door de winkel en luistert netjes naar wat hij er wel en niet in mag leggen. Zoon 2 zit voor in het grote wagentje en vermaakt zich met de verpakking van een zak worteltjes en pakt iedere mede-winkelier in met zijn uber-cute-kuiltje-in-de-wang-glimlach. Ook bij de kassa wordt alles zonder mopperen op de band gelegd en er wordt deze keer niet gezeurd over impulsaankopen die rondom de kassa voor het grijpen liggen.

Mijn perfecte kinderen

Wanneer zoon 1 zelf het voorstel doet om alvast zijn karretje terug te brengen om vervolgens bij de deur op mama te wachten, krijg ik zelfs een compliment van een ouder echtpaar achter me. ‘Nou, die luisteren netjes. Wat een goede hulp zeg! Die kun je vast overal mee naartoe nemen.’ Voor het gemak laat ik deze lieve mensen in de waan over het idee dat ik zo’n ‘perfecte’ kinderen heb. Ik voel geen enkele drang om ze te vertellen dat nog geen half uur geleden, zoon 2 een bijtafdruk heeft achtergelaten op de schouder van zoon 1 en dat zoon 1 het vervolgens nodig vond om uit frustratie de hele inhoud van zijn melkbeker over de keukenvloer te gooien. Ik bedank ze voor het compliment en wens ze nog een prettige dag.

Wankelende winkelwagentjes

Van een afstandje zie ik het al.. mijn zoon staat, verstopt achter zijn wagentje, zijn broek te vullen met een boodschapje nr.2. Nadat ik hem duidelijk heb gemaakt dat ik hem nu echt niet kan dragen (hij vindt het verschrikkelijk om te lopen met een poepbroek), waggelt hij met grote tegenzin, half huilend achter me aan naar de auto. In het korte moment waarop ik in mijn tas op zoek ga naar mijn autosleutels en alvast de kofferbak open zet, krijgt hij het voor elkaar om de andere zoon met wagen en al, zijwaarts van de stoep te duwen. Met de woorden ‘ik wilde wat dichter bij de auto’ barst hij in tranen uit.

Daar sta je dan

Daar sta je dan, met je oh zo perfecte kinderen. Hoogzwanger. De één krijsend op je arm met op zijn voorhoofd een steeds groter groeiende blauwe bult. De ander huilend aan je been die weigert om nog een stap te zetten. Winkelwagentje om, waarvan de inhoud zich verspreid heeft over het parkeerterrein.

Niet te geloven

Wat me het meest frustreert aan deze hele situatie, zijn niet mijn imperfecte kinderen (als ik dat zou doen, zou mijn leven één grote frustratie zijn). Alle omstanders, en dat zijn er toch zeker een stuk of twaalf, kijken van een afstandje vol medelijden naar wat er gebeurt. Om zich vervolgens weer te richten op het inladen van hun eigen boodschappen of het terugbrengen van het winkelwagentje, waarvoor ze nota bene pal voor mijn auto door moeten.

Enorm bedankt

Het duurt weliswaar drie lange volle minuten voordat er een man aangefietst komt, bij mijn auto afstapt en me hulp aanbiedt. Hij raapt de boodschappen voor me op en zet de deuren open zodat ik de kinderen in de auto kan zetten. Nog voordat ik daarmee klaar ben, heeft de lieve man mijn boodschappen in de auto geladen en mijn wagentje teruggebracht.

‘Kan ik nog iets voor u doen?’
‘Nee hoor, dit is erg lief. Enorm bedankt!’
‘Graag gedaan, en nog succes met de zwangerschap.’

Shit

Wanneer ik de parkeerplaats af rijdt, gaan er twee gedachtes door mijn hoofd; dat ik hoop dat mijn kinderen later niet alleen behulpzaam zijn bij het uitladen van de boodschappen, maar ook in situaties als deze. Dat ze een beetje mogen lijken op de man die me zojuist geholpen heeft. Dat idee verzacht een beetje mijn tweede gedachte.. dat het nog niet klaar is omdat er bij thuiskomst nog een ontzettende vieze poepbroek op me te wachten staat.